Eerst Casanova, nu Koversada

De gebeurtenis is al snel een anekdote, als we het appartement hebben betrokken en ons opmaken voor een eerste ongedwongen wandeling over het immense complex bij Vrsar. Want we willen wel eens weten waarom juist op deze plek in 1961 feitelijk het commerciële naturisme is geboren. Natuurlijk, er blijft dat mooie verhaal van de Italiaanse vrouwengek Giacomo Casanova (1725-1798), die hier voor het eerst naakt zou hebben gezwommen. Maar dat zal Rudolf Halbig, de Duitse eigenaar van reisorganisatie Miramare, er aan het begin van de jaren zestig natuurlijk nooit toe hebben gebracht om juist op het eilandje Koversada een eerste naturistenterreintje in te richten. Neen, het moet zijn geweest vanwege de adembenemende natuur, de ontelbare uren zonneschijn en het doorschijnende water. Die goddelijke combinatie lokt trouwens zoveel liefhebbers van Freikörperkultur naar het nieuwe paradijs, dat Halbig al vier jaar later, in 1965, letterlijk een brug moet slaan naar het vasteland.
Kristalheldere zee


Avondvertier
Het is ook zo’n moment om de keuze voor het laatste deel van de dag te bepalen. In het appartement lonkt de airco en de televisie met 22 kanalen, maar in de praktijk zoeken we het avondvertier vooral op het terrein. Koversada is per slot van rekening een verzameling villa’s, appartementen en tenten, met gemeenschappelijke voorzieningen als restaurants, snackbars, bars, supermarkten, wasserij en postkantoor. Dagelijks amusement voor alle leeftijden, zoals live muziek, zorgt ervoor dat werkelijk niemand zich hoeft te vervelen. Lekker een beetje banjeren kan natuurlijk ook, het complex is zo’n honderdvijftig voetbalvelden groot.

Buitenwereld
Na een aantal van zulke lome vakantiedagen ben je bijna vergeten dat er ook een leven buiten deze blote gemeenschap is. Dat weldadige gevoel houdt uiteraard nooit lang stand; op alle mogelijke manieren dringt uiteindelijk ook hier de buitenwereld door, niet in de laatste plaats door de nieuwsgierige Duitse buren en hun kinderen. En zo móeten we naar Poreç (‘de Euphrasius-basiliek uit de 6de eeuw staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco’), naar Vrsar (‘de internationale keuken van restaurant Trošt is voortreffelijk’) en naar Pula, voor het amfitheater uit de 1ste eeuw.
Dat geldt zeker voor de laatste dag dat wij over de Opel Astra beschikken. Rond het middaguur is het 32,5 graden en de kinderen zijn dit keer met geen stok te bewegen om mee te gaan, ze blijven liever bij hun nieuwe vriendinnetjes. Vader en moeder willen desondanks het achterland ontdekken, de wagen heeft per slot van rekening airco. Via Pazin, het geografische middelpunt van Istrië, rijden we eerst naar het oosten om via een boog bij Novigrad terug te keren bij de kust. Op ons verlanglijstje staat het eeuwenoude Hum, dat met 22 inwoners te boek staat als de kleinste stad ter wereld. De entree heeft ietwat potsierlijks: alles lijkt hier groot. De kerktoren, de twee andere gebouwen op de heuvel, de stadspoort, het plein, het kerkhof: je verwacht ze overal, maar niet in de kleinste stad op onze aardbol. En wat te denken van de telefooncel, die op deze plek oogt als een wezensvreemd kunstobject.
Stadspoort
Als de verbazing een beetje is weggezakt, parkeren we langs de stadsmuur. Naar binnen mogen we met de wagen niet, Hum heeft dus eigenlijk een autovrij centrum. Bij de stadspoort probeert een man lavendelolie en andere lokale producten te verkopen vanaf de motorkap van een crèmekleurige Renault 4. Binnen de muren vallen direct het gladde, rondgelopen plaveisel en de klok op de kerktoren op. De ijzeren wijzers op de vierkante plaat staan op half vier, ver verwijderd van de werkelijkheid. Wanneer zijn ze blijven stilstaan? Rond de Eerste Wereldoorlog, de Tweede of tijdens de recente strijd om onafhankelijkheid? We zullen het nooit weten.
Op Koversada is het snel de kleren uit en dan op zoek naar een versnapering. Het wordt čevapčići u lepinji, gekruide Kroatische gehaktrolletjes met speciaal brood, met een glaasje wijn. Op het zandstrand treffen we korte tijd later al vrij snel de kinderen aan, met weer nieuwe vrienden en vriendinnen, net gearriveerd uit Nederland en Duitsland. Ze willen met elkaar eten, dus kunnen wij vanavond met een gerust hart naar het visrestaurant en daarna misschien samen nog even zwemmen. Voor de kinderen hoeft het inmiddels niet meer, die klonteren liever samen op het strand, bij een bar of bij de muzikanten. Het zijn allemaal keuzes, ook in de vakantie. Elke dag weer. Niemand uitgezonderd.
Na een kleine twee weken zien we bij het opstappen, voor de transfer met de bus naar de luchthaven van Pula, de groep Nederlandse jongeren terug. De gebruinde tieners kijken blijmoedig en zwaaien naar ons, ten teken van een goede verstandhouding. Ze zouden, enkele eeuwen na Casanova, langs de kust van Kroatië toch niet het blote leven hebben ontdekt?



